Fruit of the poisonous tree
Dirk Perk, 26 februari 2008
Minister van Financiën Didier Reynders (MR) zal op 4 maart tijdens de Ecofinraad zijn Duitse collega vragen om informatie over het Liechtenstein-dossier uit te wisselen, als er Belgen bij betrokken zijn.
Voor wie het niet heeft gevolgd: de Duitse geheime dienst telde vier tot vijf miljoen euro neer voor een gestolen cd-rom waarop veertienhonderd namen van stichtingen staan die bij de Liechtensteinse LGT-bank een rekening aanhielden.
Meer dan 4.500 steenrijke particulieren uit verschillende Europese landen gebruikten deze stichtingen om belastingen te ontduiken. De Britten hebben ondertussen ook 100.000 pond betaald en kregen de namen van honderd Britten die in totaal 100 miljoen pond hebben ontdoken. De Nederlandse staatssecretaris voor Financiën de Jager roept zijn landgenoten ondertussen op om hun rekeningen in Liechtenstein op te biechten ‘om zo hoge boetes te vermijden’.
Verre van mij om fraudeurs te verdedigen, maar wordt hier niet erg losjes omgesprongen met fundamentele rechtsprincipes? Het rechtsprincipe dat de Amerikanen bedacht hebben met de Bijbelse naam ‘fruit of the poisonous tree’ is bij ons blijkbaar van geen tel.
Volgens dit principe, dat in 1920 werd vastgelegd in het Amerikaanse gewoonterecht, is informatie die illegaal werd bekomen niet toegelaten in een rechtzaak.
Anders geformuleerd: ‘De onwettigheid van bewijsmateriaal heeft de nietigheid tot gevolg van alle onderzoeksdaden.’ Als het bewijsmateriaal besmet is (de ‘boom’), dan is alles wat daaruit voortvloeit dat ook (de ‘vruchten’).
De doctrine kent drie uitzonderingen die het bewijsmateriaal toch toelaatbaar maken:
1. … als het ondekt werd bij een onbesmette bron;
2. … als het onvermijdelijk ontdekt zou worden, ondanks de besmette bron;
3. … als er te veel causale leemte is tussen de illegale actie en het besmette bewijs.
Geen van deze drie uitzonderingen zijn van toepassing op de Liechtenstein-zaak. De cd-rom werd gestolen door Heinrich Kleiber, die tussen april 2001 en november 2002 bij de LGT-bank als archivaris werkte. Kleiber kreeg daarvoor een proces aan de broek, maar werd vrijgelaten omdat het gerecht ervan uitging dat hij de gegevens niet wou doorverkopen. Hij gaf de cd-rom ook terug, maar maakte er blijkbaar eerst een kopietje van, dat hij alsnog doorverkocht.
De bron is dus duidelijk besmet, de ontdekking was niet onvermijdelijk (de Duitse geheime dienst en de Britten betaalden veel geld voor het gestolen bewijsmateriaal) en er is een duidelijk causaal verband tussen de illegale actief en het besmette bewijs.
De Europese belastingontduikers hebben echter pech, de hierboven beschreven doctrine bestaat niet als dusdanig in het Europese recht, hoewel er wel sporen van terug te vinden zijn in de rechtspraktijk van sommige landen, bijvoorbeeld Duitsland. Ook verwijzen advocaten er soms naar in een poging de rechtbank te overtuigen hun cliënt vrij te spreken (zoals onlangs in Nederland).
De doctrine, die een onderdeel is van de exclusionary rule uit het Amerikaanse grondwettelijke recht, staat trouwens ook in de V.S. zelf onder druk. De regel zou de goede werking van de politiediensten teveel hinderen.
Niettemin durven ook Belgische rechtbanken al eens een verdachte vrij te spreken omdat een zaak gebaseerd is op onwettig bewijsmateriaal. Het bekendste voorbeeld daarvan is de KB Lux zaak, waarbij ongeveer achtduizend Belgische klanten van KB Lux minstens 400 miljoen euro belastingen konden ontduiken. 95% van de verdachten sloten een dading met de fiscus. Uiteindelijk werden slechts vijftien bankiers en klanten doorverwezen naar de correctionele rechter. Of ze uiteindelijk definitief veroordeeld zullen worden, is nog maar de vraag. Er zou door de politie geknoeid zijn om gestolen klantengegevens te kunnen gebruiken als bewijsmateriaal. Rechters in België en Nederland plaatsten al vraagtekens bij de bewijsgaring. De aanklacht van witwassing werd door de Brusselse raadkamer niet weerhouden.
Eventuele Belgische klanten van de LGT-bank moeten dus nog niet te snel wanhopen. Wie weet zal een Belgische rechter uiteindelijk toch de gegevens op de gestolen Liechtenstijnse cd-rom als ‘verboden vruchten’ bestempelen.
Dat ‘verboden vruchten’ niet toelaatbaar zijn in een rechtzaak, is in principe een goede zaak, zelfs al beschermt het (in dit geval) steenrijke fraudeurs. Als er geen maat staat op de manier waarop politie en parket bewijsmateriaal mogen gebruiken, leidt dat vroeg of laat onvermijdelijk tot misbruiken.
Geen tags bij dit artikel.