Feed on
Artikels
Commentaren

Er broeit wat in het leger

De recente aanhouding van een aan tal militairen met neo-nazistische sympathieën is een duidelijke aanwijzing dat er wat schort met ons leger. Omwille van zijn autoritaire structuur is dat leger een voedingsbodem bij uitstek voor extreem-rechts gedachtengoed. Dit was ook de reden waarom de meerderheid lange tijd niet tuk was op de invoering van meer politieke rechten voor militairen, waardoor die zich voortaan ook kandidaat konden stellen bij verkiezingen. Vooral het Vlaams Belang zou garen spinnen bij een mogelijke toestroom van militairen in actieve dienst naar de politiek.

Jammer, want de Belgische militairen hebben zich, dikwijls in moeilijke omstandigheden en met een gebrekkige uitrusting bij tal van vredesoperaties in het buitenland de afgelopen jaren in positieve zin onderscheiden, met een aanpak die grondig verschilde van die van heel wat andere NAVO-bondgenoten. De recente aanhoudingen zijn een zware dobber voor al die militairen die tijdens talrijke, veelal langdurige missies in het buitenland en opdrachten in eigen land, zonder gemor de opdrachten die hen door de politieke wereld werden doorgeschoven naar best vermogen hebben uitgevoerd. Het is de hoogste tijd dat de politiek er zich bewist van wordt de je niet ongestraft kunt aanrommelen met het leger. Bezuinigen op mensen en materieel en tegelijk militairen in steeds riskantere conflicten, zoals Afghanistan, Afrika en Libanon inzetten, waar ze hun leven riskeren in uitvoering van onvoldoende gemotiveerde politieke beslissingen, leidt vroeg of laat tot ernstige spanningen. Ook het gebrek aan interne controle op het functioneren van het leger is in wezen een verantwoordelijkheid waarvoor we de politiek met de vinger moeten wijzen. Hooggeplaatste militairen hebben regelmatig de vinger op de wonde gelegd, zonder dat er naar hen geluisterd werd.

Het is niet voor het eerst dat ons leger omwille van zijn uitgesproken rechtsgeaardheid in opspraak komt. Het optreden van sommige para’s destijds in Somalië en daarvoor de activiteiten van het Gladio-netwerk, spreken boekdelen. Zelf sprak ik daarover met enkele bevoorrechte getuigen. Een van hen, voormalig lid van de militaire inlichtingendienst, verklaarde mij enkele jaren terug “dat sommige van zijn collega’s beschikten over bijzonder dure high tech duikuitrusting, die met gladio-fondsen was betaald”. De getuige verklaarde later ook dat “het Gladio-netwerk was opgedoekt en de fondsen waren overgeheveld naar een nieuwe organisatie, waartoe in België naar schatting 120 militairen en gewezen militairen behoorden.” De opleiding van deze groep werd verzorgd door Britse en Amerikaanse Special Forces. In 2003 werd de groep ingelijfd bij de “Special Forces”. De opvolger van Gladio schijnt te beschikken over scherpschutters (snipers), die regelmatig, vermoedelijk via bemiddeling van MPRI, een Amerikaanse private-military corporation (http://www.mpri.com) die ook in ons land actief is, worden uitgestuurd naar conflictgebieden, waaronder Afghanistan en Irak. Leden van de groep waren ook actief in Servië tijdens en na de Kosovo-oorlog, en zouden ondermeer verantwoordelijk zijn voor de moord op de beruchte militieleider Arkan op 15 januari 2000.  

Werk aan de winkel dus voor het parlement, vooraleer het op vakantie trekt in de aanloop naar nieuwe verkiezingen.  

 

 

Geen tags bij dit artikel.

Trackback URI | Comments RSS

Geef een antwoord

 

Door hier een reactie achter te laten geef je deze site de eeuwige toestemming om jouw woorden en naam/web site te reproduceren als bron.