Feed on
Artikels
Commentaren

Vierde open brief van Piet de Moor aan Peter Vandermeersch, algemeen hoofdredacteur van De Standaard

 

Mijnheer de algemeen hoofdredacteur

Er was eens een tiran. Na de zoveelste schijnverkiezingen begaf zijn secretaris zich naar de vertrekken van de dictator om hem triomfantelijk mee te delen: ‘U bent weer eens met 99,99 procent herkozen. Amper tien man heeft niet voor u gestemd, wat wilt u nog meer?’ ‘Hun namen,’ zei de tiran.

Aan dat verhaal moet ik altijd denken als ik Karl Popper lees. Het werk van Popper, een filosoof die hardnekkig de open maatschappij verdedigt, is altijd goed geschreven. Het is lucide en maatschappelijk belangrijk, en het verzet zich altijd tegen elke zweem van willekeur en dictatuur. Onlangs las ik het essay ‘De publieke opinie in het licht van de principes van het liberalisme’ waarin Popper twee soorten openbare opinie onderscheidt. De eerste is verankerd in de instellingen, de tweede niet.

Tot de publieke opinie, die in de instituties wortelt, rekent Popper behalve politieke partijen, verenigingen, universiteiten, boekhandels, bioscopen en theaters ook de media, dat wil zeggen radio, televisie en schrijvende pers, ‘incluis de brieven aan de uitgevers’. Omdat we in Vlaanderen zijn, ben ik geneigd om ook de cafés aan Poppers instellingen toe te voegen, in elk geval die cafés die een rol spelen in de meningsvorming van het publiek dat er samenkomt. (Cafés zijn maatschappelijke snijpunten van publiek en privé, en het is geen toeval dat dictators altijd de cafés willen sluiten. Toen de Amerikanen onder Richard Nixon toenadering zochten tot het China van Mao Tse Tung, riep de Albanese dictator en bedrogen Mao-bondgenoot Enver Hoxha haast in tranen uit: ‘Nu zullen in Peking de cafés weer opengaan.’) In Poppers ogen vormen deze instellingen het echte kader van de samenleving, die zelf door de grondstoffen van haar tradities (rechtvaardigheid en gerechtigheid) wordt gevoed. Daarom is het voor Popper vanzelfsprekend dat de schrijvende pers de grondrechten van het individu verdedigt.

Precies daarom denk ik dat Karl Popper het niet zou begrijpen waarom De Standaard en de meeste media zo coulant zijn voor een partij als het Vlaams Belang. Want iedereen weet toch dat een prominent VB-lid, Gerolf Annemans, de rechters die het VB als een racistische partij veroordeelden, fysiek heeft bedreigd en dat hij in het publiek verklaard heeft dat hij die rechters wel zal vinden als hij en zijn partij de kans zullen krijgen om de macht over te nemen. Want de rechters en de wetten hebben het miljoen beledigd, net zoals Tom Barman en Will Tura het miljoen beledigen. Daarom kan ik me die Annemans niet anders meer voorstellen dan als een karikaturale versie van Mefistofeles die in Goethes Faust de student in de rechten tegen de rechten probeert op te zetten door hem te indoctrineren met zijn propaganda: ‘Een rattenplaag van rechten, wetten teistert al eeuwenlang het land en de gebieden die zij keer op keer besmetten nemen steeds meer de overhand’.

Nu ben ik niet de enige die deze dreiging begrepen heeft als een open aanval op de rechtsstaat, want hoe kun je de rechtsstaat doeltreffender aanvallen dan door te dreigen dat je je vuist op de kin van de rechters zult planten? Daarom stoort het mij des te meer, mijnheer de hoofdredacteur, dat u uw acolieten de instructie heeft gegeven om over deze dreiging van Annemans te zwijgen. Uw oekaze heeft echter verstrekkende gevolgen. Ze betekent namelijk dat De Standaard bescherming biedt aan ‘politici’ die er geen geheim van maken dat ze de rechtsstaat willen ondermijnen zodra ze daar de kans toe zien (eigenlijk zijn ze daar al mee bezig) en dat ze zo snel mogelijk de politiestaat willen installeren.

In klare taal betekent dit dat uw krant medeplichtig is met criminelen. Ik weet niet of u, mijnheer de hoofdredacteur, alle gevolgen van die medeplichtigheid overziet. Maar aangezien ik geen reden heb om u voor een naïeveling te houden, denk ik dat u zelf ook wel dezelfde conclusie kunt trekken als ik: op het moment zelf dat het VB door het gerecht gevonnist werd als een racistische partij, heeft ze haar ware aard laten zien. De kern van de zaak is de volgende: het VB is een totalitaire partij, een partij die het racisme en de racisten mobiliseert met het oog op de vestiging van een totalitaire staat. Voor een Vlaming die het niet met haar eens is, heeft het VB even veel respect als voor een Vlaamse rechter of voor een Marokkaan. Ik geloof niet dat de feiten van de laatste dagen van aard zijn om die stelling te weerleggen. En na de intimidaties komt altijd de terreur, want het behoort nu eenmaal tot de anatomie van dit soort dictatuur dat ze begint voor ze begint.

Maar voor ik doorga moet ik nog zeggen dat Popper een tweede publieke opinie onderscheidt. Die tweede publieke opinie bestaat uit gewone mensen die de gebeurtenissen van de dag becommentariëren. In Vlaanderen doen ze dat meestal op het werk, op café of bij vrienden thuis. Daar praten ze niet alleen over hun kinderen, hun ziektes en het weer, maar ook over hun werk en hun pensioen, over de behandeling die pedofielen zouden moeten krijgen, over vreemdelingen, over politiek en ook over het nieuws van de dag. De mening van die Vlamingen die tot deze tweede publieke opinie behoren, is ook gekleurd door wat de media tonen en vertellen. Nog niet zo lang geleden waren de werelden van de makers en ontvangers van berichten en opinies vrij goed van elkaar gescheiden. We wisten toen ook nog waarvoor de kranten stonden. Niet dat ik heimwee naar de verzuiling heb, maar ik herinner me nog goed dat De Standaard zich kroonde met het AVV-VVK, een motto dat u zelf, mijnheer de hoofdredacteur, van de voorpagina heeft weggehaald. Ik spreek me niet uit over de opportuniteit van die ingreep, belangrijker is echter de vaststelling dat er niets voor in de plaats is gekomen, althans niets dat duidelijk maakt waarom u die slogan heeft verwijderd. Laten we het erbij houden dat uw beslissing door de Zeitgeist was geïnspireerd, en ook wel door de hoop dat u wat op De Morgen zou beginnen te lijken, zeg maar door uw diepe hunkering naar een kloonbestaan.

Dat er voor het AVV-VVK niets in de plaats is gekomen, vind ik bedenkelijk. In een huis dat al bouwvallig is geworden, kun je niet ongestraft fundamenten en steunberen wegnemen zonder ze te vervangen. Dat is het nu juist. In het huis der media heerst een enorm kabaal. De producenten van dat gedruis willen graag geloven dat hun drukte het publiek afleidt van de bouwvalligheid van het huis, terwijl in werkelijkheid hun lawaai de onbewoonbaarheid van het huis alleen maar bespoedigt. Het is alsof de bewoners van Jericho zelf zijn gaan blazen op de trompetten waarmee de belegeraars hun muren sloopten (en wie weet waren die muren uit hetzelfde materiaal als de muren van Troje, die de verblinde Trojanen afbraken om het moordzuchtige paard binnen te halen.)

Maar hoe komt het dat het huis van de media in zo’n ruïneuze toestand is beland? Daarover heb ik het in mijn vorige brieven al gehad. Om bij de kranten te blijven: het formaat van De Standaard en De Morgen is zodanig gekrompen dat het wel lijkt alsof die dagbladen voor dwergen gemaakt zijn (en misschien is dat wel het beeld dat de hoofdredacteurs van hun lezers hebben). De kranten blaken van de kleuren, alsof er met potten verf is naar gegooid. Ze ogen als snoepjes die verwende peuters zoet moeten houden. Ik constateer verder dat de klassieke katernen zo goed als verdwenen zijn, zodat u ook niet meer wakker hoeft te liggen van de vraag hoe u het eerste katern met berichtgeving over de binnenlandse politiek moet vullen. En de redactionele commentaren zijn al lang van de voorpagina verbannen en verzuipen achteraan in het opiniebad. Is er dan niemand meer die op het idee komt dat de oplage van kranten ook zou kunnen stijgen door de lezers goed te informeren, door het schrijven van scherpe commentaren die brandhout maken van de aanvallen op de vrije meningsuiting die nu dagelijks door het VB worden gelanceerd?

Met het slopen van de katernen heeft u nu ook de binnenmuren uit uw huis gehaald en u heeft ze vervangen door het bordkarton van de anekdote, op het gevaar af dat uw dak naar beneden komt en dat de hemel u verplettert. We zijn getuige van een nakende implosie, we horen het kraken al dat het gevolg is van de absolute vormloosheid van uw product, (maar niet alleen van het uwe uiteraard). Het is niet gemakkelijk om die wereld van voortschrijdend verval te beschrijven, ook al zijn we er reuk-, oor-, gevoel-, smaak- en ooggetuige van. Hoe zou ik het wagen om het amorfe van uw universum te beschrijven, als zelfs de auteur van de Genesis ervoor terugschrok om de duisternis te verwoorden die over de oervloed lag en vanaf de eerste zin overschakelde naar het gemak van de creatie: ‘In het begin schiep God de hemel en de aarde’.

Zonder dat ik een ondergangsprofeet wil zijn, meen ik toch te moeten wijzen op het gevaar van de implosie van de media, die qua binnenlandse berichtgeving informatieverstoppers – verbergers, remmers en blokkeerders – zijn geworden. Die implosie lijkt niets anders aan te kondigen dan het ineenstuiken van de instellingen zelf en van de samenleving in haar geheel. Daarvoor zie ik natuurlijk nog andere symptomen, bijvoorbeeld dat het onderwijs de eerste afgestudeerden aflevert die al niet meer weten waarvoor de belastingen dienen of die geen benul hebben van het nut van de sociale zekerheid, zodat die ‘intellectuelen’ zelfs de verkiezingspropaganda van de democratische partijen niet meer begrijpen. De zogenaamde democratisering van het onderwijs heeft in elk geval niet tot meer kwaliteit en dus tot meer democratie geleid. Zelfs de kiesstrijd wordt obsoleet in het land van de geestelijke proleet.

Nochtans wil ik uw aandeel in dit verval niet bagatelliseren. Ik kan alleen maar constateren dat u, uw krant en de media die zich tot de intellectuele elite rekenen, geen echte mening meer hebben. In het beste geval hebben ze nog oprispingen, zeg maar vapeurs, opvliegingen waarvoor ze zich eerder generen dan dat ze zich erop beroemen. Daarom beweer ik dat u zich kennelijk heeft neergelegd bij wat de publieke opinie denkt, of, erger nog, bij wat u meent dat een deel van die publieke opinie denkt. Want de marketing, die apenplaneet die inmiddels overal de redactionele lijn van de dagbladen bepaalt, werpt zich op als de plaatsvervanger van de openbare mening en dicteert de tendens van wat u moet schrijven en drukken, zodat uw oplage stijgt, de reclame toeneemt, de aandeelhouders grinniken en het terrein van de apenplaneet almaar groter wordt, totdat de werkelijke wereld in de virtuele is verdampt. Dat is een gevaarlijk verschijnsel, want omdat de marketing het instrument is dat met het functioneelste, reactionairste, kortzichtigste en vulgairste segment van de publieke opinie samenvalt, is ze ook de avant-garde van de anoniemste oppermacht, de machtigste macht zonder verantwoordelijkheid, de spreekbuis van dat deel van de openbare mening dat niet crapuleuzer kan zijn.

Als dit werkelijk klopt – en ik denk echt dat het zo is als ik zelf zie wat voor pr-brieven de hoofdredacteurs in dit land zoal ondertekenen – dat die marketing-voorhoede de macht in het medialandschap heeft overgenomen, wat zouden we ons dan verbazen over de vooruitgang van het VB? We zouden er ons dan juist over moeten verwonderen dat het VB nog niet veel verder staat dan nu, waarmee ik vooral wil zeggen dat er nog altijd veel gezond verstand is in dit land en dat er nog veel lucide burgers zijn die zich door u terecht in de steek gelaten voelen, helaas. Ik moet dus bitter lachen als ik u en uw acolieten hoor zeggen dat u er alles aan gedaan heeft om het VB tegen te houden, want het is in uw eigen keuken dat het kind is gezoogd, gevoed en gekleed. Het is in uw keuken opgegroeid en al heeft het er niet gestudeerd, toch heeft het er veel geleerd.

Ik ben bang dat de intellectuele implosie van uw krant hand in hand zou kunnen gaan met de ineenstorting van de media, van het partijlandschap, van de instellingen, van de scheiding der machten, van de monarchie, en ten slotte van het land. Zelfs een deel van het electoraat, eertijds een macht met verantwoordelijkheid, is geïmplodeerd tot alleen maar publieke opinie, dat wil zeggen tot een macht zonder enige verantwoordelijkheid. Als ik nu met de vinger zou moeten wijzen naar iemand die schuld heeft aan dat verval, dan kom ik niet in de eerste plaats bij instellingen of structuren, maar bij mensen zoals u terecht, bij de vermeende elite die allang geen elite meer is, omdat haar zin voor verantwoordelijkheid en kwaliteit heeft moeten wijken voor haar obsessies met alleen maar cijfers en procenten, voor de druk van de apenplaneet, voor de inhaligheid van de aandeelhouders en voor de even doelloze als anti-Belgische sociale integratie-obsessies van de Warandelaars en de blokfluiten in uw raad van bestuur. Vandaag de dag kan ik de intellectuele inhoud van heel wat hoofdredacteurs  reduceren tot hun arrogantie, een kwalijke karaktertrek die de meeste hoofdredacteurs vroeger helemaal niet hadden. Want een goede pen heeft u niet, daarop kunt u zich zeker niet beroemen, en ook naar andere kwaliteiten zoek ik vergeefs.

Al besef ik het vicieuze van de toestand, toch betreur ik het dat die dubbelzinnigheid door niemand wordt ontmaskerd, zelfs niet door de progressieve partijen die de media niet durven aan te vallen omdat ze hopen dat er in de muilband voldoende ruimte overblijft voor een beschaafde blaf. Nog terwijl het huis aan het instorten is, zie ik hoe politieke hansworsten vanuit hun carnavalswagens met snoepjes blijven gooien en de Vlamingen, als waren het behoeftige daklozen, bijstaan bij het gratis parkeren van hun cabrioletten en hun paardenkrachten onder de wapperende leeuwenklauw. Zo voedt men ons op – ik zoek er een nieuw woord voor – tot krenteniers: alle Vlamingen Bouvards en Pécuchets.

Als ik vorige week de hoofdredacteur van De Standaard of De Morgen was geweest, dan zou ik op de voorpagina van de krant een vlammend betoog geschreven hebben tegen het totalitaire discours van Philip Dewinter, die niet alleen dEUS, maar de hele Vlaamse sterrenhemel aangevallen heeft omdat ze tegen het bekakte Vlaanderen willen zingen. Maar uw collega’s en u zelf, mijnheer de hoofdredacteur, hebben weer eens vele kansen laten liggen om het totalitaire masker van het VB af te rukken, u en uw kameraden hebben geen zin in culturele hegemonie, u bent te lauw om uw verstand te scherpen, laat staan dat u in staat zou zijn om van democratische strijdlust te blaken of om uw pen te dopen in een diepe pot vitriool in plaats van in het eeuwige suikerwater dat ze verstopt.

Natuurlijk heb ik gretig uw commentaar gelezen dat op vrijdag 7 juliop pagina 16 (waarom zo ver?) van De Standaard onder de titel Zingen voor verdraagzaamheid verschenen is. Ik had u daarvoor willen prijzen, maar ik kan het niet, want uw analyse is verkeerd. Ik verheugde me over uw terechte uitspraak dat er een misselijk makende walm van platte afdreiging opsteeg uit het epistel dat Dewinter aan Will Tura en de Vlaamse zangers heeft bezorgd, maar ook al is het waar wat u daar zegt, het is bijlange niet genoeg, want wat ik van u en uw krant verwacht is een consistent en kwalitatief beleid tegen het totalitarisme. U beweert dat het VB racistisch is, en al is dat niet onjuist, toch zou u er elke dag op moeten hameren dat het VB een totalitaire partij is. Maar dan schakelt u plots weer over op het suikerwater als u schrijft dat Dewinter het initiatief van dEUS had moeten toejuichen, want u gelooft toch zelf wel niet dat dit in het vermogen van Dewinter ligt of dat dit zijn oogmerk is? Het getuigt van kwade trouw als u bij Dewinter nog goede wil veronderstelt. Of bent u nu in het stadium beland van al diegenen die zich minder verstandig moeten voordoen dan ze zijn om te verbergen dat ze opportunisten zijn? Dat is zowat het ergste wat een integere intellectueel zichzelf aan kan doen: la trahison des clercs.

Als ik vorige week commentator van De Standaard of De Morgen was geweest, dan had ik op de frontpagina het volgende geschreven: ‘Wat denkt u wel, mijnheer Dewinter? U beschuldigt Will Tura ervan dat hij de VB-kiezers onder zijn fans beledigt, maar beledigt u Will Tura niet als u veronderstelt dat die man niet mans genoeg is om toerekeningsvatbaar en geestelijk autonoom te zijn? Dat hij een mens is die u niet als buikspreker nodig heeft om zelfstandig en naar eer en geweten te denken en te handelen? Dat hij uw sturende pamperhand, uw geblokfluit en sirenenzang kan missen om zijn gedacht te vormen en te doen wat hij meent te moeten doen? U zegt, mijnheer Dewinter, dat u het Vlaams belang verdedigt, maar als u Will Tura eraan herinnert dat zoveel van zijn fans voor uw partij kiezen en dat hij er dus geen belang bij heeft om die fans voor het hoofd te stoten, dan beweert u niets anders dan het volgende: “Will, u bent toch niet zo stom dat u tegen uw eigen portemonnee gaat kiezen en dat u tevreden bent met de helft van uw roem?” Zo toont u aan, mijnheer Dewinter, welk belang u werkelijk dient, zo bewijst u dat het VB niets anders is dan een partij die zich vetmest met het eigenbelang van de mensen die u alleen maar nodig heeft voor uw eigen belang en voor geen enig ander belang, laat staan een Vlaams of algemeen belang. U bent gewoon bang dat uw partij blijft steken en achteruitgaat, en daar zou u graag een stok voor steken, dezelfde stok die u zeker als knuppel zou gebruiken op de plaatsen waar u het na 8 oktober voor het zeggen zou hebben. U stookt de mensen al jaren tegen elkaar op, mijnheer Dewinter, en als nu Will Tura of Laura Lynn hun mond durven open te doen – al was het alleen maar om te zingen – beschuldigt u hen ervan dat ze de samenleving polariseren. U eist het recht op om vrij te spreken in naam van uw massa van een miljoen, maar individuen die uw standpunten verwerpen snoert u de mond en fluistert u de grootste laagheden in. Dat is de ware aard van uw pleidooi voor de vrije meningsuiting die u zo luid opeist voor uzelf, aangezien uw aanhangers alleen maar kunnen schelden en niet in staat zijn als persoon voor zichzelf te spreken. U preekt als de goede herder in persoon en u beweert dat de zangers zich hebben laten misleiden, terwijl u in werkelijkheid een wolf in schaapskleren bent die het liefst zijn paramilitaire troepen op de verloren schapen af zou sturen. U zegt dat de artiesten die nu gaan zingen tegen het VB aan politiek doen, maar hebben ze daartoe soms minder recht dan u zelf en uw kornuiten die met mijn belastinggeld mijn eigen brievenbus bevuilen? U lijkt te vergeten dat we nog niet vegeteren in uw dierentuin en dat we nog niet ijsberen in dekooien die u in Antwerpen aan het ontwerpen bent.

Bent u, Philip Dewinter, soms de enige die hier aan politiek mag doen en zijn we al zover gekomen dat u dit straffeloos kunt zeggen zonder dat ook maar iemand u tegenspreekt? U zegt dat u niet wilt dreigen of intimideren, maar alleen al door het te ontkennen, doet u het. De taal die u gebruikt, mijnheer Dewinter, ontmaskert u, uw taal geeft inzicht en inzage in de plannen waarop u broedt, en zelfs al zou het verzet tegen uw partij niets uithalen, dan nog heeft die weerstand nu al het voordeel gehad dat we uit uw reacties de contouren zien opdoemen van het beloofde land waarin u ons als schapen die niet eens durven te blaten na 8 oktober op wilt laten sluiten, alvorens ons af te slachten. U doet, mijnheer Dewinter, alsof u al de meester bent van het spel, alsof u de regisseur en hoofdrolspeler bent van de eenakter waarin iedereen u in goddelijke aanbidding moet bejubelen en alsof de vrije burgers in dit land al de reflexen hebben van de schijterige kudde die in uw fantasie met de kop in de grond de Vlaamse weiden afgraast waarop u uw elektrische schrikdraad aan het afrollen bent. U doet, mijnheer Dewinter, alsof de zangers en de burgers in dit land al een misdaad begaan door van hun democratische rechten gebruik te maken waarop u zelf zo hamert als u zich als een bejaarde en behaarde verpleegster met uw stem van krijt buigt over uw miljoen. U beweert dat uw miljoen beledigd is als iemand het ook maar een strobreed in de weg legt, terwijl u, als hoofd van de olifantenmaag die alle Vlamingen wil verteren, versappen en verschurken, zelf beledigd bent en eigenlijk bedoelt dat u zo’n majesteitsschennis niet meer zult dulden zodra u zelf de kans krijgt om uw gevlekte lakens te laten wapperen aan uw halve stokken. Maar we willen niet leven als de oude Chinezen die de achterkant van hun mantels langer lieten maken omdat ze gebukt voor hun leider door het leven gingen. Om u de waarheid te zeggen, mijnheer Dewinter, de waarheid die voor elke tiran en dictator het allerhardst valt om aan te horen: “We houden niet van u.” Om u de waarheid te zeggen, mijnheer Dewinter, ik heb er geen probleem mee om u en uw partij te demoniseren, want voor mij bent u de baarlijke duivel, een Mefistofeles die de laatste mensen met gezond verstand wil verleiden met zijn spreuken (al protesteren mijn vrienden omdat ik u te veel eer bewijs, want met u vergeleken is Goethes Mefistofeles een ware gentleman): “Ik ben de geest die eeuwig ondermijnt. En dat terecht! Want alles wat ontstaat verdient dat het te gronde gaat. Beter ontstond er niets, dan ging er niets te gronde! En dus is alles wat de mens als zonde, verderf, kortom als ’t kwade kent mijn enig ware element”.’

Dat had ik Dewinter allemaal gezegd, als ik hoofdredacteur van De Standaard of De Morgen was geweest, omdat de vrijheid die we genieten ons gebiedt om dit te zeggen zolang we het nog kunnen. Die striemende aanklacht tegen het VB, tegen de Dewinters en de Annemansen wil ik ook van u, mijnheer de hoofdredacteur, in uw Standaard lezen, elke dag opnieuw, en het liefst op de één. Maar wat we in uw gazet onder ogen krijgen, zijn slechts oprispingen van arme cultuurredacteurs in een povere uithoek van de poprubriek en af en toe eens een bevlieging uit uw eigen suikerwaterpen. Een consistente stroom van protest in naam van de vrijheid en tegen de tirannie krijgen uw lezers echter van uwentwege niet te lezen, zodat we werkelijk moeten vrezen dat u alleen maar simuleert als u een keertje aan de discussie lijkt deel te nemen.

Met bittere hoogachting,

Piet de Moor

Schrijver

 

Geen tags bij dit artikel.

Trackback URI | Comments RSS

Geef een antwoord

 

Door hier een reactie achter te laten geef je deze site de eeuwige toestemming om jouw woorden en naam/web site te reproduceren als bron.